|
Het afgelopen jaar zaten we midden in de ergste economische crisis die ons land sedert lange tijd gekend heeft. Het begon als een financiële crisis in de tweede helft van 2008 maar het sloeg al vlug over op de reële economie en het is uitgedeind van een crisis in de Verenigde Staten naar de eerste crisis van de gemondialiseerde economie. Bij ons dreigde de economie stil te vallen, tijdelijke contracten werden massaal stopgezet en/of niet verlengd, de werkloosheid stijgt pijlsnel, bedrijfsherstructureringen en sluitingen, … En niemand die kan zeggen of en wanneer de bodem echt bereikt zal zijn. Maar nu de beurzen terug opveren, is de financiële wereld weer euforisch. De Depressie is voorbij, het wordt weer business as usual. Een totaal ongepaste houding, want de productiekrimp van begin 2009 was één van de grootste ooit. Het is niet omdat we een productieheropleving kennen, omdat de stocks weer moeten opgevuld worden, dat we van een duurzaal herstel kunnen spreken. De werkloosheid blijft torenhoog en het zijn vooral de industriële regio’s die getroffen werden. De banken hebben ondertussen hun verliezen doorgeschoven naar de overheden, waar nu gigantische begrotingstekorten opduiken.
ABVV-Metaal vraagt daarom dat de overheid een toekomstgericht industrieel beleid ontwikkelt. Natuurlijk is ook in de Belgische economie een verschuiving merkbaar naar de dienstensector. Op dit moment werkt bijna 75% van de arbeidskrachten in de dienstensector en iets minder dan 25% in de industrie. Maar dat neemt niet weg dat de industrie onontbeerlijk blijft voor de Vlaamse welvaart. Bijna vier op tien Vlamingen (+/- 765.000) verdienen hun boterham dankzij de industrie, waarvan 450.000 rechtstreeks en een 300.000 onrechtstreeks: de groothandel 36.000 jobs, de transportsector 14.000 jobs, desector ‘overige zakelijke dienstverlening’ 25.000 jobs…. Stuk voor stuk jobs die rechtstreeks afhankelijk zijn van de industriële activiteit. Maar daarnaast zijn er ook de jobs in onderhoud, in ICT, in loonadministratie, … De uitzendsector mag in de statistieken dan wel meetellen als ‘dienstensector’, het neemt niet weg dat elke dag gemiddeld 42.000 uitzendkrachten aan het werk zijn in de industrie.
Investeren in de industrie = investeren in (het behoud van) tewerkstelling: 40% van de Vlamingen werkt in/voor de industrie.
Rekening gehouden met de onrechtstreekse impact draagt de industrie bij tot 40% van de globale welvaart in Vlaanderen. 80% van de export in Vlaanderen is op rekening te schrijven van de industrie. Het aandeel van de industrie in de bijdragen voor de sociale zekerheid is groter dan haar aandeel in de werkgelegenheid. Dat komt omdat door de gemiddeld hogere sociale bijdragen in de industrie in vergelijking met andere sectoren. Voor één job die verdwijnt in de industrie, moeten er bijna twee nieuwe jobs worden gecreëerd in eender welke andere sector om hetzelfde bedrag aan premies voor de sociale zekerheid te innen.
Investeren in de industrie = investeren in welvaart: 40% van de Vlaamse welvaart is er gekomen dankzij de industrie.
We willen duurzame jobs voor een duurzame toekomst in een duurzame industrie. Het is vijf voor twaalf en de klok tikt … De overheid moet dringend in actie schieten. Want voor wie wacht, komt alles steeds te laat. |